Vliegen is al jarenlang de snelste manier om grote afstanden te overbruggen. Maar wat bepaalt nu precies hoe snel een vliegtuig gaat? Dat hangt af van veel dingen, zoals het type vliegtuig, de fase van de vlucht en de omstandigheden boven en onder de wolken. Dit artikel legt de snelheid van vliegtuigen eenvoudig uit, zodat je beter begrijpt welke factoren invloed hebben op de snelheid en waarom vliegtuigen trouwens niet altijd even snel vliegen.
Verschillende snelheden in elke vluchtfase
Een vliegtuig vliegt niet constant met dezelfde snelheid. Tijdens de start en het opstijgen ligt de snelheid vaak tussen de 240 en 320 kilometer per uur. Dit is nodig om genoeg lift te krijgen zodat het toestel kan opstijgen. Later, als het vliegtuig op zijn reishoogte zit, gaat de snelheid omhoog naar de zogenaamde kruissnelheid. In deze fase vliegen de meeste commerciële vliegtuigen met snelheden tussen 770 en 930 kilometer per uur. Tijdens de landing gaat de snelheid weer flink omlaag, om veilig te kunnen landen. De snelheid wordt dus aangepast aan wat het vliegtuig op dat moment nodig heeft.
Wat bepaalt de vliegsnelheid?
Hoe snel een vliegtuig precies gaat, hangt af van verschillende factoren. Denk aan het gewicht van het toestel en hoe vol het zit. Ook de weersomstandigheden zijn van belang, zoals windrichting en windsnelheid. De wind kan het vliegtuig namelijk meehelpen of tegenwerken. Hier komt de vraag: hoe snel gaat een vliegtuig goed van pas, want die snelheid kun je niet zomaar standaard nemen. De piloten gebruiken gegevens over de wind om de optimale snelheid te berekenen, zodat ze zo snel, veilig en zuinig mogelijk kunnen vliegen.
Vliegtuigen en hun typische snelheden
Niet elk vliegtuig vliegt hetzelfde. Een klein privévliegtuig kan vaak maar rond de 200 tot 300 kilometer per uur vliegen. Grotere toestellen zoals een Boeing 737 halen makkelijk 850 kilometer per uur tijdens de cruise. Sommige grotere vliegtuigen en militairen gaan nog veel sneller. Supersonische vliegtuigen, zoals de oude Concorde, konden zelfs met meer dan 2.000 kilometer per uur vliegen. Dat is bijna drie keer zo snel als gewone passagiersvliegtuigen!
Snelheid meten: luchtsnelheid versus grondsnelheid
Er zijn twee verschillende manieren om vliegtuigsnelheid te meten. Luchtsnelheid is hoe snel het vliegtuig door de lucht beweegt, en dat is wat je in het vliegtuig ook op de instrumenten ziet. Grondsnelheid is de snelheid ten opzichte van de grond, ofwel de daadwerkelijke snelheid waarmee het toestel over de aarde beweegt. Als het vliegtuig bijvoorbeeld flinke rugwind heeft, kan de grondsnelheid veel hoger zijn dan de luchtsnelheid. Zo kan een vlucht sneller zijn als de wind mee zit.
De toekomst van snel vliegen
Vliegen wordt steeds geavanceerder. Er wordt gewerkt aan nieuwe technologieën om vliegtuigen nog efficiënter en sneller te maken. Elektrische vliegtuigen en nieuwe designs kunnen in de komende jaren een grote rol gaan spelen. Ook wordt er onderzocht hoe geluidsoverlast verminderd kan worden terwijl toestellen sneller vliegen. Voor nu blijven de huidige snelheden al indrukwekkend en krijgen passagiers zo hun bestemming binnen enkele uren, waar ook ter wereld.